Een blanco, wit, rechthoekig spandoek met een lichtblauwe strook langs de boven- en onderrand.

Mijn derde bevalling


Ik beviel met 25 weken

Mijn naam is Renate. Samen met mijn man Jordy, zoon Sepp en dochter Suus wonen wij in Heeswijk-Dinther. Ons gezin voelde compleet, maar diep van binnen bleef er een wens. Zowel Sepp als Suus zijn met 33 weken prematuur geboren, dus een zwangerschap bracht altijd spanning met zich mee. In februari 2023 kwamen we erachter dat ik zwanger was van ons derde kindje. Onze droom kwam uit.

De zwangerschap verliep goed. Tot 27 juni 2023. Ik voelde de hele dag een druk op mijn bekkenbodem. Volgens internet hoorde dat erbij naarmate de zwangerschap vorderde. Toch kwam er later die dag licht bloedverlies bij en kreeg ik buikpijn die kwam en ging. Rond half acht ’s avonds besloten we toch het ziekenhuis te bellen. Om acht uur waren we in het ziekenhuis. Ze controleerden eerst of ik een blaasontsteking had en sloten me aan op de CTG. Het personeel leek niet erg bezorgd, omdat ik weinig pijn aangaf.


Totdat ze een echo maakten. De verloskundige kon mijn baarmoedermond niet vinden en riep de gynaecoloog erbij. Ook zij kon hem niet vinden. Dat was reden om te toucheren. Toen bleek dat ik al 8 à 10 centimeter ontsluiting had. Ineens ging alles in een stroomversnelling. De gynaecoloog zette direct een plan A, B en C uit en ik kreeg weeënremmers. In mijn hoofd raasden de gedachten: komt dit wel goed?

Het plan was om me over te brengen naar het Radboud ziekenhuis in Nijmegen, met twee ambulances en een NICU-team dat ons tegemoet zou komen. Maar de weeën werden heftiger. Rond kwart over tien werd ik naar de verloskamer gebracht en was het NICU-team onderweg. Het advies was om niet te bevallen voordat zij er waren. Ondertussen had ik persweeën die ik moest wegpuffen. Een uur lang. Een uur dat eindeloos voelde.


Rond kwart over elf kwam eindelijk het bericht dat het NICU-team er was en mocht ik persen. Toen bleek dat onze zoon, Mees, in stuit lag. Zijn voetje kwam al naar buiten, maar zijn hoofdje zat vast doordat mijn baarmoedermond weer was gaan sluiten. De kamer vulde zich met zorgverleners. Vier verpleegkundigen, twee gynaecologen en een verloskundige stonden om mijn bed. Ze moesten snel handelen. Zonder verdoving werd mijn baarmoedermond ingeknipt, eerst aan de ene kant en daarna aan de andere kant. De pijn was intens.


Kort daarna werd Mees geboren. Hij werd meteen naar een kamertje naast mij gebracht, waar een team van twaalf mensen zich over hem ontfermde. Ze probeerden hem stabiel te krijgen, zodat ik hem nog even kon zien voordat ik zelf geopereerd moest worden en hij naar Nijmegen zou gaan. Om de paar minuten kwam de neonatoloog ons een update geven. Uiteindelijk kwam Mees bij me, in zijn IC-couveuse. De tranen stroomden over mijn wangen. Ik vroeg me af of dit de eerste en laatste keer zou zijn dat ik hem levend zag.



Rond half twee ’s nachts werd ik geopereerd. Met een ruggenprik, zodat ik daarna snel naar Nijmegen kon. Tijdens de operatie voelde ik me onrustig. Wat was er allemaal gebeurd? Ik kreeg iets toegediend om rustiger te worden en raakte in gesprek met de anesthesist. Na een half uur was de operatie klaar. Even bijkomen op de verkoeverkamer, daarna naar de kraamafdeling waar mijn moeder en Johan op me wachtten. Ondertussen werd er een ambulance geregeld om mij naar Nijmegen te brengen.



Zwart-wit illustratie van een paardenbloem met wegwaaiende zaadjes op een witte achtergrond.
Dunne zwarte halvemaan-icoon op een witte achtergrond

Ik moest mijn zoontje laten gaan...


Om half vijf ’s ochtends werd ik opgehaald en rond vijf uur kwam ik aan in het ziekenhuis in Nijmegen. Ik mocht meteen naar Mees en Jordy. Voor nu waren ze tevreden over hoe het met Mees ging. Wat een opluchting. We kregen het advies om te gaan slapen, maar de adrenaline gierde door mijn lijf. Slapen lukte niet. Jordy kon gelukkig wel wat rust pakken.


De volgende dag kwam de familie al snel op bezoek. Sepp en Suus mochten niet bij Mees op de NICU vanwege infectierisico’s, maar ze kwamen wel even naar het ziekenhuis zodat ik ze kon zien. Ze waren zo trots op hun broertje. Tegelijk bleef de angst overheersen. We wisten dat er nog zoveel mis kon gaan. De artsen waren eerlijk en realistisch, wat ook nodig was, maar het maakte de angst alleen maar groter.


Die avond mocht ik voor het eerst buidelen met Mees. Het ging op dat moment goed met hem. Voor het eerst voelde ik iets van rust en kon ik die nacht een beetje slapen.

Donderdagochtend hoorde ik dat Mees een goede nacht had gehad. Ik belde Jordy om het goede nieuws te delen. Maar even later sloeg de sfeer om. Op de NICU gaven ze aan dat Mees onrustig was en meer zuurstof nodig had. Er kon van alles aan de hand zijn. Er was al een hersenscan gemaakt, maar de uitslag was er nog niet. Er werd snel een longscan gedaan om een klaplong uit te sluiten. Jordy en ik keken elkaar aan, zonder woorden. Ik kreeg een intense buikpijn, een gevoel dat ik herkende als een voorbode dat het niet goed zat. De longscan was gelukkig goed. Maar kort daarna kwam de uitslag van de hersenscan. Zijn hersenen zaten vol met bloed. Er was niets meer wat ze konden doen.


Op dat moment stond de wereld stil. Ik voelde alles en tegelijkertijd niets. Hoe kon dit? Waarom wij? Waarom weer? We lieten de familie komen, en ook Sepp en Suus. Ze waren blij en trots toen ze hun broertje zagen. Het brak mijn hart om te moeten vertellen dat Mees een sterretje zou worden. Hun verdriet, hun onbegrip… dat deed nog meer pijn dan mijn eigen verdriet.


Ze mochten Mees nog knuffelen. Jordy hield hem voor het eerst vast. Even later werd de behandeling gestopt en overleed Mees in onze armen.

Op 29 juni reden we zelf, met Mees in mijn armen, naar het mortuarium in Veghel. Hij moest een nacht gekoeld worden voordat hij naar huis mocht. Het voelde zo onnatuurlijk om hem daar achter te laten, maar ik hield me vast aan het idee dat hij de volgende dag weer bij ons zou zijn. Die avond sliepen we met z’n vieren in één bed. Dicht bij elkaar. In ongeloof.


De volgende ochtend gingen Sepp en Jordy hem ophalen. Hij werd in een mooi mandje gelegd dat speciaal voor hem was gemaakt. Sepp was zo trots toen hij samen met zijn vader zijn broertje naar binnen droeg. Hij vroeg of Mees bij hem in bed mocht slapen. We legden uit dat dat niet kon voor de hele nacht, maar wel even.



Sepp en Suus namen Mees mee door het hele huis. Ze lieten hem alles zien. Zijn huis, hun kamers. Alsof ze hem nog even deel wilden laten zijn van hun wereld. Later stond Sepp stil bij het mandje en vroeg: “Wie heeft Mees dood gemaakt?” Hij zocht naar een verklaring, naar een dader. Want wij hadden hem altijd verteld dat alleen oude mensen doodgaan. De dagen daarna waren zwaar. De kinderen sliepen slecht, hadden woedeaanvallen. Niet gek, want ondanks hun jonge leeftijd kregen ze alles mee. Verdriet, spanning, gemis.


En toch… hoe intens pijnlijk het ook was, het voelde ook waardevol dat Mees nog bij ons thuis was. Dat we nog even samen waren. Voor een paar dagen waren we nog compleet.


Lees hier meer over mij