Mijn tweede bevalling
Ik beviel opnieuw met 33 weken
Mijn eerste bevalling begon spontaan met 33 weken en 3 dagen. Zonder waarschuwing, zonder pijn, zonder enig gevoel dat mijn lichaam aan het bevallen was. Ik verloor mijn bloedprop en in het ziekenhuis bleek ik al vier centimeter ontsluiting te hebben. Ik had niets gevoeld. Geen weeën, geen spanning, geen voortekenen.
Artsen zochten naar een verklaring, maar die kwam er niet. Geen duidelijke oorzaak, geen reden waarom mijn lichaam besloot dat het moment daar was. Het gebeurde gewoon. Aangezien er geen reden gevonden was, durfde ik een nieuwe zwangerschap wel aan. Met dat vertrouwen ging ik mijn tweede zwangerschap in. Natuurlijk was er bewustzijn, misschien zelfs een waakzaamheid, maar geen angst. Mijn lichaam wist wat het deed, daarvan was ik overtuigd.
Op donderdag 28 januari 2021 vroeg een collega of ik maandag een les voor hem kon overnemen. Ik werkte toen nog als docent. Lachend zei ik: “Misschien ben ik dan al wel bevallen.” Ik zei ja, natuurlijk kon ik die les overnemen. Er was niets dat erop wees dat mijn lichaam andere plannen had.
Die zondag, 31 januari, waren mijn man en ik samen bezig in huis. We waren midden in een verbouwing en leefden letterlijk in een bouwput. De stucadoor zou de volgende dag komen, dus bedekten we samen zorgvuldig de vloer. Plastic, tape, alles op zijn plek. Die avond, toen ik in bed ging liggen, voelde ik wat krampen. Ze kwamen en gingen, zacht en onregelmatig. Een half uur lang. Ik nam ze waar, zonder er veel betekenis aan te geven. Voorweeën, dacht ik. Mijn lichaam oefende. Na een half uur stopte het weer en ik viel rustig in slaap. Midden in de nacht werd ik wakker. De krampen waren terug. Dit keer anders. Dieper. Regelmatiger. Mijn hoofd was nog slaperig, maar mijn lichaam was klaarwakker. Ik bleef even liggen, luisterde naar mijn ademhaling, naar het ritme in mijn buik. Dit voelde niet als oefenen. Dit voelde als beginnen.
Ik belde het ziekenhuis. Ze wilden dat ik kwam. Het was coronatijd, met een avondklok, wat alles net wat gekker maakte. Ik maakte mijn man wakker en ook ons zoontje. Omdat ik niet wist of ik daadwerkelijk ging bevallen, namen we hem mee. Voor de zekerheid. Met een tas, half in slaap, stapten we de nacht in.
In het ziekenhuis ging het snel. Al snel kreeg ik echte weeën. Dit was geen twijfel meer. Ik mocht mijn mondkapje afdoen en voelde hoe ik steeds verder naar binnen keerde. We belden oma en opa om ons zoontje op te halen. Het was duidelijk: ik zou gaan bevallen.
Weeënremmers waren geen optie meer. De ontsluiting was al te ver gevorderd. Voor ik het goed en wel besefte, had ik tien centimeter ontsluiting. Toen zakte de hartslag van ons dochtertje. Ze moest snel geboren worden.
Mij werd verteld dat als ze er na twee keer persen niet was, ik een keizersnede zou krijgen. Dat was het laatste wat ik wilde. Alles in mij verzette zich daartegen. Ik focuste, verzamelde alles wat ik had, en perste. De gynaecoloog kwam erbij en zette een pomp op haar hoofd. Ze werd geboren met 33 weken en 6 dagen.
Na een paar minuten bij mij te hebben gelegen, werd onze dochter meegenomen. Op de gang stond al een team klaar dat haar verder zou begeleiden naar de couveuseafdeling. Het was een beeld dat me niet onbekend was. Opnieuw dat moment van loslaten, terwijl je haar net hebt vastgehad. En opnieuw begon een periode die niemand zich vooraf kan voorstellen, maar die mijn lichaam en hart blijkbaar kenden.
Ik moest mijn zoontje achterlaten
Na haar geboorte deed onze dochter het, ondanks alles, goed. Ze was klein en kwetsbaar, maar ook opmerkelijk sterk. Natuurlijk waren er de gebruikelijke dingen die horen bij een vroeggeboorte: af en toe een hartdipje, de blauwe lamp tegen de geelzucht, het constante monitoren. Maar al snel werd duidelijk dat ze wist hoe ze moest vechten.
Na een week kwam een moment waar ik zo naar had uitgekeken: haar eerste badje. Even geen draden, geen piepjes op de achtergrond, maar warm water en mijn handen om haar heen. Anderhalve week na haar geboorte mocht ze uit de couveuse. Dat voelde als een enorme mijlpaal. We waren weer een stap dichter bij elkaar.
Toch was het deze keer anders dan bij mijn zoontje. Ik mocht haar meer bij me houden, meer buidelen. Dat was zó waardevol. Tegelijkertijd werd er steeds benadrukt hoe belangrijk rust voor haar was. Als ik met haar ging buidelen, dan was dat van voeding tot voeding. Geen wisselingen tussendoor, geen extra prikkels. Ook bezoek mocht haar niet vasthouden, hoe goed bedoeld ook. Ze was simpelweg te kwetsbaar.
Er waren zelfs twee dagen waarop het zo hard gesneeuwd had, dat er helemaal geen bezoek kwam. De wegen waren nauwelijks begaanbaar. Het ziekenhuis voelde die dagen nog stiller dan anders. Alleen wij, de zorgverleners en het zachte geluid van de monitors. Gek genoeg bracht die stilte ook iets rustgevends met zich mee.
Haar grote broer kwam wel elke dag kijken. Anderhalf jaar oud, nog zo klein zelf. Hij begreep er weinig van. Voor hem was dit gewoon een baby in een bedje, met mama die daar bleef slapen. Zijn aanwezigheid was lief en ontroerend, ook al kon hij nog niet bevatten wat er precies speelde.
Onze dochter had regelmatig ademhalingsdipjes. Later bleek dat ze verborgen reflux had. Er waren momenten waarop het leek alsof ze bijna stikte, dit kwam door het maagzuur. Momenten waarop mijn hart even stil leek te staan en ik alleen maar kon hopen dat ze zelf weer zou gaan ademen. En dat deed ze. Steeds weer. Ze gaf niet op. Ze was, vanaf het allereerste begin, een enorme strijder. Ondanks dat ik dit nu misschien nuchter vertel, hebben die piepjes wel wat met mij gedaan. Elke keer als ik een ziekenhuispiepje hoorde op tv, was mijn lichaam weer in alerte stand. Het triggerde mij enorm.
Na drie weken, met 36 weken zwangerschap, kwam het moment waar we voorzichtig op hadden gehoopt: we mochten naar huis. Ons huis was nog steeds niet af, maar leefbaar genoeg. De keuken was klaar, de badkamer ook. Dat was voldoende. Meer hadden we niet nodig. Achteraf werd er, net als bij mijn eerste bevalling, geen duidelijke reden gevonden waarom ik opnieuw te vroeg was bevallen. Geen verklaring. Geen oorzaak. Alleen het besef dat mijn lichaam dit blijkbaar zo deed.
Daarnaast wil ik benadrukken, dat ondanks wij tweemaal meegemaakt hebben dat onze kinderen, die geboren zijn met 33 weken, geen grote gezondheidsproblemen hebben gekend. Is dat eerder een uniek beeld als een normaal beeld.
Wat bleef, was het diepe vertrouwen dat ik al had gevoeld aan het begin van deze zwangerschap. En daarbovenop kwam iets nieuws: bewondering. Voor mijn dochter. Voor haar kracht. En misschien ook voor mezelf, dat ik dit opnieuw had gedragen, zonder antwoord op de waarom-vraag, maar mét alles wat daarbij hoorde.
